
'Nederland heeft nauwelijks nog iets te zeggen over haar eigen immigratie. Brussel is de baas over onze grenzen en Rutte steunt dat.' Half waar; next checkt
NRC.NEXT
23 juli 2012 maandag
Section: Op de hoogte
Kort na de eeuwwisseling, toen de Fortuyn-revolutie al volop in gang was, heeft zich vrij ongemerkt een omwenteling voorgedaan in het immigratiebeleid. Vooral toen is Nederland Europese afspraken aangegaan die de bewegingsvrijheid van Nederlandse politici drastisch beperken. Vaak werden die afspraken gemaakt met instemming van toenmalig VVD-minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, 2003 tot 2006). Uit het Verdrag van Amsterdam (1997) zijn begin deze eeuw talloze richtlijnen en verordeningen voortgekomen die op hoofdlijnen asiel en migratie regelen. Zo werd het nationale beleid voor gezinshereniging begin 2003, onder goedkeuring van toenmalig minister Hilbrand Nawijn (Justitie, LPF), vervangen door Europees recht. Met instemming van de VVD, waar Geert Wilders toen nog lid van was.
Europese verdragen hebben nu grote invloed op de meest omstreden groepen migranten: asielzoekers en huwelijksmigranten. Daarnaast heeft het Europees Hof van Justitie het recht op vrij verkeer van personen in de loop der jaren fors uitgebreid. Dat recht strekt zich nu uit tot familieleden zonder EU-nationaliteit. Daarom heeft iemand uit een niet-EU-land recht om bij gezinsleden in de EU te zijn.
Dat Nederland nauwelijks nog iets te zeggen heeft over haar eigen immigratie is dus waar.
Dat demissionair premier Rutte dat zou steunen, niet. De laatste jaren zoekt de VVD naar mogelijkheden om onder de Europese verplichtingen uit te komen. In aanloop naar de verkiezingen in 2010 onderzochten de Kamerleden Paul de Krom (nu demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken) en Stef Blok (nu fractievoorzitter) wat de mogelijkheden waren. Die bleken beperkt. In het VVD-verkiezingsprogramma van 2010 stonden vijf maatregelen op dit gebied die strijdig waren met een waslijst aan Europese wetten en soms het VN-Vluchtelingenverdrag. Een Europese richtlijn kan om de zoveel jaren worden herzien. Veranderingen moeten worden gesteund door een meerderheid van lidstaten, anders gebeurt er niets. Minister Leers (Immigratie en Asiel, CDA) is er de voorbije jaren niet in geslaagd zo'n Europese meerderheid te organiseren.
De opt-out van de gehele Europese migratiewetgeving zoals die in het PVV-programma staat, werd al in 2010 door de VVD bepleit. Maar een opt-out voor Nederland is alleen mogelijk als het Verdrag van Lissabon wordt gewijzigd. En zo'n verdragswijziging vereist ratificatie in alle 27 EU-landen. Ook dat wordt lastig dus. Bovendien is Nederland ook na zo'n opt-out nog gebonden aan VN-verdragen die bijvoorbeeld het maken van onderscheid tussen immigranten (discriminatie) verbieden.
Conclusie
Dat Nederland nauwelijks nog iets te zeggen heeft over de eigen immigratie is waar. Daar hebben Nederlandse ministers, waaronder die van VVD en LPF, zelf mee ingestemd. Dat demissionair premier Rutte dit steunt klopt niet. Je zou kunnen redeneren dat de VVD dit beleid steunt door lid te willen blijven van de EU, maar als Rutte het in de EU helemaal zelf voor het zeggen zou hebben, zou het immigratiebeleid een stuk nationaler worden. De VVD zoekt namelijk al een tijd, vooralsnog zonder succes, naar manieren om meer nationale zeggenschap te krijgen om zo het Nederlandse immigratiebeleid aan te scherpen. De bewering ,,Brussel is de baas over onze grenzen en Rutte steunt dat" beoordelen wij daarom als half waar.
